Tijdgenoten van Cornelis Kuipers

Het Dordts Patriciërshuis streeft ernaar om haar collectie permanent aan het publiek te tonen. Vanwege de kwetsbaarheid van het materiaal dient er hierop helaas een uitzondering te worden gemaakt voor de collectie tekeningen  en aquarellen. Het eerste lustrum van het museum leek de initiatiefnemers van het museum dan ook een mooie gelegenheid om een deel van deze collectie ten toon te stellen.

De collectie  vangt aan met Aart Schouman (1710-1792) en eindigt met George Adam Schmidt (1791-1844) als het geboortejaar als richtlijn wordt genomen. In totaal gaat het om enige tientallen werken.

De kunstenaars waren allen Dordtenaren, die hun sporen in de stad en daarbuiten verdienden, zoals Aart Schouman, die een bekend portrettist zou worden in Den Haag en diverse bekende Nederlanders zou schilderen. Anderen zouden zelfs tijdens hun leven grote internationale faam verwerven, zoals de marineschilder Johannes Christianus Schotel (1787-1838) of de aandacht van het Nederlandse hof verdienen zoals Michiel Versteegh (1756- 1843). Koning Willen I kocht in 1815 een schilderij van zijn hand in het genre dat zijn specialiteit was: het kaarslichtschilderij.

 

J.C. Schotel: Beurtschip en driemaster op woelig water.

 

Ook de gebroeders Abraham en Jacob van Strij (1753-1826; 1756-1815) genoten aanzien en exposeerden landelijk, zij het dat Jacob zich in mindere mate op openbare tentoonstellingen liet gelden. Abraham verkocht eveneens een schilderij aan Koning Willem I, nadat deze een bezoek had gebracht aan Dordrecht. Abraham en Jacob dreven de grootste en succesvolste schilderswinkel in Dordrecht, die zij hadden overgenomen van hun vader.

In 1774 richtte Abraham samen met zijn vrienden Reinier Goudsbergen (1746-1816), Willem van der Koogh (1753-1824) en Pieter Hofman (1755-1837) het ‘Teekengenootschap Pictura’ op. Het was één van de eerste genootschappen in zijn soort. Pictura was ontstaan uit een behoefte bij de Dordtse kunstenaars om na het schetsen en tekenen in de stad en omgeving met elkaar van gedachten te wisselen en elkaars werk van commentaar te voorzien. Er werd onder meer getekend naar gipsen beelden en levende modellen.

 

Pieter Fontijn (toeschr.): Pictura-model op de rug gezien

 

Tekenen was zeer populair in de eerste vijftig jaar na de oprichting en vele jongeren uit de gegoede kringen kregen tekenles. Het was ook modieus om collecties tekeningen aan te leggen en de betere kunstenaars konden hun uitgewerkte tekeningen dan ook als zelfstandig kunstwerk verkopen aan verzamelaars.

 

Leendert de Koningh: Landschap met watermolen en figuren die een beek oversteken.

 

De collectie tekeningen en aquarellen is tamelijk klein maar zeker representatief voor de Dordtse generaties kunstenaars in de periode, die in het Dordts Patriciërshuis centraal staat. De technische uitwerking van de tekeningen, die bestemd waren voor verzamelaars, is soms verbluffend. Vele genres die we nog kennen uit de 17e eeuw, zoals landschappen (gestoffeerd met groepjes mensen en/of dieren), geklede figuurstudies, huisinterieurs en kroegen met personen en gezelschappen, rivier-en zeegezichten en studies van dieren zijn vertegenwoordigd. Bepaalde genres, die op de tekenavonden van Pictura werden beoefend, zoals de tekeningen naar pleistermodellen, mannelijk en later vrouwelijk naakt, het natekenen van prenten evenals actuele onderwerpen, zoals politieke tekeningen, maar ook historische onderwerpen, ontbreken. Dit geldt ook voor portretstudies

 

Andries Vermeulen: Winterlandschap met bevroren vaart en molen.

Vrijwel alle teken- en waterverftechnieken als aquarel, krijt en pen en penseel met inkt vinden we terug in de tekeningen en aquarellen. Sommige tekeningen waren bedoeld als oefeningen of als studiemateriaal, andere werden gedetailleerd uitgewerkt om als zelfstandige kunstwerken verkocht te worden aan verzamelaars. Sommige werken zoals de rivier- en zeegezichten kunnen ook als studie of opzet voor schilderijen gediend hebben